Hoe het allemaal begon, de oprichting van de Stichting Vrienden van de schilder Martin Monnickendam en hoe het verder ging
Het was in de late zomer van 1972 dat ik voor het eerst uitvoerig het werk van Martin Monnickendam te zien kreeg. De dochters Monnickendam (Roos en Ruth) hadden een verkooptentoonstelling georganiseerd in Nunspeet en mijn moeder een uitnodiging gestuurd. Ik ben opgevoed te midden van zijn werk: mijn grootvader was goed bevriend met de schilder en vele schilderijen van Monnickendam hingen in mijn ouderlijk huis. Als klein jongetje was ik al gefascineerd door één speciaal schilderij, een straatje in Frankrijk. Uren kon ik daarnaar kijken en telkens zag ik weer andere dingen. Veel werd bij ons thuis verteld over deze eens zo beroemde maar nu geheel vergeten schilder.
Een goed moment om eens te gaan kijken.
Het was overweldigend. Ik werd meteen gegrepen door het werk doch zag ook de treurigheid van de tentoonstelling: schilderijen in slechte staat en tekeningen niet in passe-partouts maar in oude versleten mappen. Het geheel was daardoor weinig aantrekkelijk voor de toeschouwer, maar mijn nieuwsgierigheid was voorgoed gewekt.
Natuurlijk volgde een bezoek aan de dochters. Zij woonden in twee kleine huisjes in Elspeet. Roos in het ene en Ruth met haar man, een Veluwse boer, in het andere. Een bezoek dat ik nooit meer vergeet. Wij zaten in het huisje van Ruth en de ene map na de andere werd tevoorschijn gehaald. Het was adembenemend. Ik genoot van elke tekening, van elke schets.
Er werd veel verteld, veel over het verleden, veel over mijn grootvader.
Ter herinnering aan mijn grootvader mocht ik een tekening uitzoeken. Het werd een van Monnickendams laatste werken: een wintergezicht vanuit zijn huis aan de Stadhouderskade op de Nicolaas Witsenkade. Ik werd gegrepen door de kou die van de tekening afstraalde en nog altijd, nog elke dag, blijft deze tekening mij fascineren en blijf ik de kou voelen.
Toen ik terugreed, wist ik het eigenlijk al: dit werk, deze schilder zouden mij nooit meer loslaten.
Ik vond dat er iets gedaan moest worden met deze nalatenschap, er moest een ordening komen, schilderijen moesten opgeknapt worden en alle herinneringen worden vastgelegd. Het liet mij niet los.
Na het eerste bezoek volgde een tweede, een derde, enzovoort.
Beide huisjes hingen van onder tot boven vol schilderijen, ingelijste pastels en aquarellen en stonden vol met heerlijke, oude spullen uit het ouderlijk huis: versierde kasten, beschilderde kisten, boeken, aardewerk, oude kachels – je stapte zo een andere eeuw in.
Alles moest ik zien, alles werd mij getoond.
Maar hoe waren de dochters van deze Amsterdamse schilder in Elspeet terechtgekomen?
Signatuur Martin Monnickendam